Brug over de Frjentsjerter Feart
De belangrijkste oeververbinding in Easterlittens is de brug over de Frjentsjerter Feart. De oudst bekende oeververbinding was een hoge tille die in 1659 nog aanwezig was. Vanouds waren de eigenaren van de tien stemdragende boerderijen aan de westzijde van de vaart (Molenhorne, Wieuwens en Skrins) belast met het onderhoud van de brug en de beide bruggehoofden. Later zijn er andere onderhoudsplichtigen bijgekomen door uitbreiding van de bebouwing aan de westzijde van de vaart. De brug was een zgn. flapbrug of valbrug die door de passanten zelf bediend moest worden. Aan de westzijde van de brug bevond zich een heechhout voor voetgangers. Het onderhoud van de brug is in 1857 door de gemeente overgenomen. De afkoopsommen bedroegen f 200,- voor de brug en voor de beide brughoofden elk f 75,-. De gemeenteraad besloot in 1857 om een wielbrug te bouwen. Daarom werden de flapbrug en het heechhout afgebroken en werd de doorvaart aanmerkelijk verbreed. De eerste door de gemeente benoemde brugwachter was Frans Hendriks Zaadstra die in het café naast de brug woonden. Door de schippers moest bruggeld worden betaald. Ook besloot de gemeenteraad tol te heffen voor wagens en vee. In 1874 werd de tol bij de nieuwe verpachting van de brug opgeheven. In 1898 werd de brug geheel vernieuwd en in 1928 werd besloten tot de bouw van een basculebrug. In 1912 werden op de brug lantaarns geplaatst ter beveiliging van de scheepvaart. In 1988 is de brug nogmaals vervangen.

