Uitgelichte vensters:

In alle tijden is er behoefte geweest aan goed drinkwater. Daarbij diende het dak van de huizen meestal als opvang voor het regenwater, dat vanaf de dakgoten via pijpen naar een regenwaterbak werd geleid. Wanneer een woning van eigenaar verwisselde, werd de verkoopprijs mede bepaald door een eventueel aanwezige regenwaterbak. Vooral gedurende droge zomers was er dikwijls gebrek aan regenwater. Lang niet iedere woning had een regenwaterbak. Er was in Easterlittens een geval van een blok woningen waarin zes gezinnen waren gehuisvest terwijl slechts één gezin over een regenwaterbak kon beschikken. Vele kerkvoogdijen gingen in de 19e eeuw over tot het stichten van een regenwaterbak. Door  het grote oppervlak van het kerkdak kon een grote hoeveelheid water worden opgevangen. In 1870 werd door de kerkvoogdij van Easterlittens een publieke inschrijving gehouden tot het maken van een regenwaterbak bij de kerk en het maken van goten rondom het kerkdak. Het werk werd gegund aan Tj. Pijnakker voor f 1.224,-. De plaatselijke timmerman Simon Reisma maakte tekening en bestek, leverde de pomp, pijpen en pompsteen en verzorgde tevens het hek- en straatwerk. De regenwaterbak was geplaatst tegenover de toren, naast de woning Huylckensteinstrjitte nr. 15. De verpachting van de bak gebeurde publiekelijk in de herberg, steeds aan het eind van het jaar. De huurperiode liep van 1 januari tot 31 december. In 1905 werd een tweede regenwaterbak op het schoolplein van de Openbare School aan de Baerderdyk in gebruik genomen. De bak werd door timmerman Sijtse Gaasterland gebouwd voor f 420,-. In 1929 had de zuivelfabriek in Easterlittens zich bereid verklaard zich aan te sluiten bij de waterleiding. Hiervoor werd de van Mantgum komende buisleiding verlengd naar de dorpen Baard en Easterlittens. De waterbak bij de school werd gedempt terwijl de bak bij de kerk voor het laatst in 1953 werd verhuurd en daarna gesloten vanwege zijn gebrekkige toestand.

In 1913 leek de komst van elektrische verlichting in Baarderadeel aanstaande. Toen eind december van dat jaar de voorlopige aanvragen voor aansluitingen van particulieren bemoedigend bleek te zijn (59 aansluitingen in Easterlittens) besloot de gemeenteraad tot aanleg van elektrische verlichting in de gemeente. De Eerste Wereldoorlog zorgde er echter voor dat de plannen niet tot uitvoering kwamen en daarom nam de kerkvoogdij zelf initiatieven om te komen tot elektrische verlichting. Er wordt een vereniging opgericht die de dynamo zal aanschaffen en laten plaatsen, de leidingen zal aanleggen en de lampen opstellen. De directie van de zuivelfabriek stelt haar gebouwen ter beschikking voor het plaatsen van de dynamo. Niet alleen de kom van het dorp wordt op het elektriciteitsnet aangesloten, ook Wieuwens, Molenhorne, Pelsen, de vellenbloterij van Van der Feer en de helling worden aangesloten. Twintig huisgezinnen op Wammert, Skrins, Langwert en een aantal woningen aan de Baerderdyk worden niet op het net aangesloten, evenals herberg Huylckenstein. De plannen worden verwezenlijkt en de “buorren” werden vanaf 1919 door de zuivelfabriek van stroom voorzien. Easterlittens was daarmee het eerste dorp in de gemeente met een eigen centrale. Deze leverde stroom voor de verlichting in de woningen en voor de straatlantaarns die op diverse plaatsen in het dorp waren geplaatst. In 1920 verzocht de “Coöperatieve Vereniging tot Exploitatie van de Electriciteits-voorziening” aan het gemeentebestuur om het bedrijf over te nemen. Eerder was al de exploitatie van het elektriciteitsbedrijf in Mantgum overgenomen. Bij de onderhandelingen met het gemeentebestuur bleek het geboden bedrag onvoldoende en bleef de vereniging tot 1928 bestaan. Op 1 januari 1928 nam het PEB in Leeuwarden het bedrijf over van de plaatselijke vereniging die toen is opgeheven.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon